parade
Posts tonen met het label allemaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label allemaal. Alle posts tonen
tussen de rooklucht van de maten
de landloopster:
tussen de rooklucht van de maten
alleenvis (vanonder de tafel, uit de boom)
de droom, het beeld, de stier
acryl en lak op papier, liedteksten
geen staat geen staal
Geen Staat Geen Staal
De nekken van de kranen draaien stil traag boven mij
Langzaam dwaal ik af en word een dier van je getij
In de gons volg ik je ver gezicht vanaf het droge
Totdat ik in jouw haven word net als een havenloze
Zoals een blok van dicht massief waar geen tussenkomt
Zink ik dieper in je diep voorspel mijn eigen bots
Als een kluit in water val ik losjes uit elkaar
Op elke korrel die bodem wordt de blikken van bovenwater
Maar nog steeds op de kade drukken stenen in mijn rug
Hard en glad als zetjes naar daar waar geen eind aan komt
Ik laat me naar het donker glijden tot de koele rand
Van het water als een ring rondom mijn middel schuift
Hoger langs mijn borst mijn hals mijn voorhoofd en mijn kruin
Totdat er enkel fantasie en geen onderscheid meer is
De galmen van de boten en de kades en de kraan
Ik ben in geen enkel andermaal in geen staat geen staal
Toch met open ogen zie ik vormen in het zwart
Die komen van het bovenwater waar ik eerst nog was
Mijn huid was licht en weerde daar het licht dat op haar viel
Nu word ik donker donkerder neem licht op absorbeer
Beschenen en beschermd door zon van boven onder meer
Als poeder in het water daalt het schip op mijn borst neer
Alles dat voorbij ging wacht hier rustig schoon en droog
Alles dat moet komen is zonder roest in het oog
liedtekst (voor De Havenloze)
het leek te wezen
Het Leek te Wezen
Zo langzaam als een bedachtzaam wezen
Kruip ik over de tussenberm
Mijn ogen draaien naar beide kanten
Er groeit hier niets dat ik herken
‘k Ga zonder honger mijn mond mijn poten
Over de vlaktes en door de beek
Wanneer het licht is dan reflecteer ik
En in het donker geef ik magneet
Op beide stroken vluchten er dieren
Zichzelf voorbij naar hoger doel
Luid verkondigend waar ze heen gaan
Ze weten alles een heleboel
Waarom zo angstig vluchtstrook beesten
Tegenover mijn trage vaart
Gezichten moe en lichaam schrikachtig
Als van die doorgestoken kaart
Je mond lijkt sprekend vol constructies
Die wij zwervers niet verstaan
Je deelt je kennis en dat verdeelt je
Toch wat heb je er anders aan
Wat kan ik weten wat kan ik zeggen
Mijn woorden traag als hoe ik buig
Maar vlug kan ik me in jou verplaatsen
‘k Herhaal je grillig als mijn huid
Hier op de kruising aangekomen
Scheer jij roekeloze vaar
Vlak langs me heen en ik herken je
Aan de wind die door me waait
Roekeloze Vaart
Zo zwierend als een angstloos wezen
Vlieg ik los tussen schip en wal
M’n blik waaiert uit ik kijk de stad aan
Er groeit in mij een vrije val
Met de machines en de kranen
Speel ik zonder een overkant
Jagend van de gebaande paden
‘k Ben uitgelijnd en onbemand
Op heet asfalt richting aangevers
Slaan zich af van hun eigen boek
Hard knipperend in een goed daglicht
Steeds een nieuw plan voor om de hoek
Waarom bang voorbedachte radars
Mijn vleierij niet voor de sjans
Uitgerust in passende pakjes
Veel te nauw voor een ware dans
Je schijnt bewust juiste gebaren
Naar maat en dieren van de straat
Je kunt me laten in het voorbijgaan
Maar licht je poot uit goede daad
Wat kan ik houden wat bevat ik
Niet om te blijven gaat mijn pas
Rustig kan ik bij jou mislukken
Val door je heen zonder een jas
Hier in het midden van het alles
Lijk jij te wezen wat ik wil
Haast maakt je traagheid je onzichtbaar
‘t Is in jouw buurt dat ik verstil
liedtekst voor voorstelling Het Figuur van wie het onmogelijk was de menselijke maat te nemen
Abonneren op:
Posts (Atom)












